
Zondag 13 april: we zijn vcrtrokken voor weer een schitterende reis met de Gouden Columbus van Flamingo-Busreizen met als chauffeur Anja! Vandaag langsheen de Deutsche Autobahn naar ons verblijfshotel St. Georg in Regensburg. Onderweg maken we kennis met de grote groep medereizigers en vertellen we de eerste verhalen van Kaiser Franz en Kaiserin Elisabeth, Sisi genaamd. Ook zingen we onze liederen die ons zullen begeleiden de ganse week lang. En wat voor een week: de Goede Week met ondermeer bezoek aan de speciaal ingerichte Paasmarkten in de hoofdstad van Oostenrijk. We overlopen samen het weekprogramma, die je kunt nalezen in de bijgevoegde brochure, terug te vinden in de rubriek "lentereizen 2025".
Kaiser Frans Jozef Kaiserin Elisabeth Jan Verbraeken "Mijn moeder was een Wenerin"
Verhalen van Kaiser Franz, Kaiser von Österreich en König von Ungarn. Geboren op 18 augustus 1830 in Schloss Schönbrunn en aldaar gestorven op 21 november 1916 na een regeerperiode van 68! jaar en daarmede de langst regerende vorst van Europa. Zijn levensspreuk luidt "Viribus Unitis - Mit vereinten Kräften - Met verenigde krachten".
Zijn grootvader was keizer Frans I, die was reeds 38 jaar op de troon. Zijn zoon en kroonprins Ferdinand was lichamelijk en geestelijk zeer zwak en als dusdanig weinig geschikt om de troon te bestijgen. Ferdinands broer Aartshertog Franz Karl en zijn vrouw Aartshertogin Sophie werden belast om de troon van een opvolger te voorzien. Sophie had reeds meerdere miskramen meegemaakt en groot was de vreugde toen een gezonde jongen ter wereld kwam! Van kindsaf aan speelde zijn moeder een dominante rol in de opvoeding van haar “Gottheiterl”. Zijn kinderoppas, barones Louise Sturmfeder, verzorgde “Franzi” in een sfeer van strengheid en principieel katholicisme. De jonge knaap was zo gehecht aan de barones dat hij eenmaal zou hebben uitgesproken “Wenn Du einmal stirbst, laß ich Dich ausstopfen!“, “Wanneer je ooit doodgaat, laat ik je opzetten!”.
Zeer snel werd duidelijk dat Franz Joseph klaargemaakt diende te worden om de toekomstige keizer te worden. Na zijn prille kindertijd werd de opvoeding overgenomen door Graaf Bombelles. De belangrijkste principes waren strenge religiositieit, plichtsbesef en ten volle bewustzijn van zijn latere taken en opdrachten. Duits, Frans, Tschechisch, Hongaars, Italiaans, Pools, Latijn en Grieks werden hem onderwezen. Tevens diende hij zich te verdiepen in kunstzinnige vakken zoals beeld, muziek en dans. Ook de lichamelijke opvoeding werd ten top uitgevoerd met turnen, zwemmen, vechtsporten en paardrijden. Daarenboven kwam een militaire en disciplinevolle opleiding dagelijks aan de orde! Als dusdanig ervaarde de jonge man weinig vrije tijd en werd zijn week volledig in beslag genomen door onderwijs, opleiding en discipline, zeker in de belangrijke jaren van 13 jaar tot 18 jaar.
In het revolutiejaar 1848 vluchtte de keizerlijke familie weg uit Wenen naar Olmütz. Daar in dat provinciestadje werd de spectaculaire troonswissel bedacht en uitgevoerd: Aartshertog Franz Karl verzaakte aan de troon en dit na langdurig aandringen van zijn vrouw Sophie. Die laatste zag haar kans schoon om haar eerstgeboren zoon de keizerstroon te laten bestijgen. Als eerste naam koos de jongeman Franz, aandenken aan zijn grootvader Franz I en als tweede naam Joseph, aandenken aan de nog immer populaire “Volkskaiser” Joseph II.
In den beginne was de jongeling niet zo geliefd, getuige de poging tot aanslag door de Hongaarse gezel János, die meteen na die verijdelde daad standrechterlijk werd opgehangen. Als dank voor deze redding bouwde men de Votivkirche in Wien. De politiek van de jonge keizer stond in het licht van het Neoabsolutismus d.i. de absolute Monarch die enkel verantwoording schuldig is aan God. Liberalisme, emancipatie en vrijheid beschouwde hij als bedreiging van zijn Almacht.
De Hongaarse revolutie werd bloedig neergeslagen, de samenwerking met tsaar Nikolaus I werd vertroebeld door de besluiteloosheid van Franz Joseph en bij de verloren slag van Solferino in 1859 kon de jonge keizer niet zegevieren en diende hij Lombardije en het rijke Venetië af te staan aan de zogenaamde Risorgimento oftwel de Eenmaking(s)beweging van Italië. Na de eveneens verloren veldslag bij Königgrätz in 1866 diende de Oostenrijke keizer zijn meerdere te erkennen in de energieke politiek van Bismarck en de totstandkoming van het eengemaakte Duitsland onder leiding van Pruisen in 1871.
Op 24 april 1854 trouwde keizer Frans Jozef met zijn nicht Elisabeth (1837-1898 ), die zeven jaar jonger was dan hij.
Het huwelijk tussen Franz Jozef en Elisabeth bracht vier kinderen voort : drie dochters en één zoon: Sophie Friederike (1855-1857 ) stierf op tweejarige leeftijd aan een darminfectie in Boedapest. Dit bracht het jonge paar in hun eerste crisis. Gisela (1856-1932) groeide op samen met haar broer Rudolf (1858-1889 ), die twee jaar jonger was, onder de hoede van hun grootmoeder Sophie. Elisabeth werd te jong en te onervaren geacht om zelf voor de opvoeding van haar kinderen te zorgen. Hierdoor hadden de twee kinderen weinig contact met hun moeder, die bovendien vanwege ziekte vaak in kuuroorden verbleef. Gisela had een zeer hechte band met haar vader, keizer Frans Jozef. De twee werden verenigd door een soortgelijk nuchter karakter. Op 16-jarige leeftijd trouwde ze met Prins Leopold van Beieren en het huwelijk bracht vier kinderen voort. Kroonprins Rudolf, 1858-1889, was de langverwachte troonopvolger , maar hij werd geen regerend lid van de Habsburgse dynastie. Hij wordt beschouwd als de tragische figuur van de neergaande monarchie. Vergeleken met zijn vader, keizer Frans Jozef, had hij progressieve ideeën die hij niet kon implementeren.
Koning Leopold II van België
was trots toen hij de verloving van zijn dochter Stefanie en de Oostenrijkse kroonprins Rudolf in de net voltooide Koninklijke Serres van Laken bekend kon maken. Kroonprins Rudolf van Oostenrijkwas een goede partij. Oostenrijk-Hongarije, de Donaumonarchie waar de Habsburgers regeerden, was in 1867 ontstaan met de 'Ausgleich', een compromisvoorstel dat dankzij Duitsland tot stand kwam om een einde te maken aan de terreur en opstanden in Hongarije. De staatsrechtelijke verhouding werd aangepast. Daarom kreeg Stefanie de titels aartshertogin van Oostenrijk en kroonprinses van Oostenrijk-Hongarije. Rudolf en Stefanie traden op 10 mei 1881 in het huwelijk. Het paar kreeg in 1883 een dochter, Elisabeth Marie, maar al snel verslechterde het huwelijk. Het uitblijven van een mannelijke erfopvolger troebleerde de echtelijke band. Stefanie werd onvruchtbaar. Dit was te wijten aan een geslachtsziekte die Rudolf aan haar had overgedragen. Korte tijd later pleegde hijzelfmoord op het jachtslot Mayerling, samen met zijn geliefde Mary Vetsera .
Op 21-jarige leeftijd was Sisi aldus al moeder van drie kinderen. De jongste dochter, Marie Valerie (1868-1924) , werd ver achter haar broers en zussen geboren als een "laatkomer". Marie Valerie werd geboren in Boedapest en werd daarom beschouwd als een "Hongaars kind". Sisi sprak alleen Hongaars met haar jongste dochter en voedde haar dienovereenkomstig op. Frans Jozef had talrijke nakomelingen, 15 kleinkinderen en 55 achterkleinkinderen.
Het leven van Kaiser Franz Joseph I
Elisabeth, Sisi genaamd, werd geboren op 24 december 1837 in München en door een aanslag op haar leven gedood op 10 september 1898 in Genève. Zij was de dochter van hertog Max in Bayern en zijn vrouw aartshertogin Ludovika. Zij was, vanaf 1854, de echtgenoot van Kaiser Franz Josephs en als dusdanig Kaiserin von Österreich und Königin von Ungarn (vanaf 1854). Zij verloofde zich eerst in Bad Ischl, tijdens het verjaardagsfeest van de jonge keizer, in het jaar 1853, alhoewel haar oudere zus Helene eigenlijk voorzien was als de bruid. In het jaar daarna,1854 , vertrok ze vanaf Passau naar haar huwelijksinzegening in de Augustinerkerk te Wenen, met de jonge 24-jarige keizer Franz Joseph (zijzelf zou 17 jaar worden op 24 december). Elisabeth werd het zinnebeeld van een uitstervende Habsburgmonarchie. Om haar persoonlijkheid ontstond in de 20ste eeuw een cultus die tot op heden voortduurt. Zeker de aanslag op haar leven draagt bij tot de verheerlijking van haar mens-zijn.
Kaiserin Elisabeth Kaiserin Elisabeth

Maandag 14 april rijden we met de Gouden Columbus eerst naar de Drei-Flüsse-Stadt Passau. We wandelen langs de oever tot aan het Drie-Stromen-Punt van Donau, Ilz en Inn. We bewonderen de pracht van de wateren die hier samenstromen. Verder langs steegjes en straatjes naar de Stephansdom hoog en veilig gelegen op het hoogste punt van de stad. De fontein, de residentie en de Domplatz verrassen ons met prachtige beelden van barokke tijden. Middageten in de Ratskeller. We genieten van het tafereel geschilderd op de gevel met koning Ludwig I en de banieren en wapenschilden van Saksen, Köln, Trier en Bayern. Ook de historische plaat aan de toren vertelt ons het verhaal van Sisi die hier vertrok op haar lange reis naar Wenen in 1854 om aldaar te huwen met haar Kaiser Franz Joseph. Verder langs de Oostenrijkse autobanen doorheen Opper- en Neder-Oostenrijk, voorbij Linz en Mauthausen naar Stift Melk, hoog gelegen op de imposante rots aan de Melk Fluss. Onze charmante lokale gids Fanny neemt ons mee doorheen de vertrekken van de abdij en de geschiedenis van de Habsburgers. Uiteindelijk komen we aan in ons verblijfshotel Krainerhütte in het Wienerwald op een boogscheut van de hoofdstad Wenen. Wat een dag! Wat een belevenis!
Dinsdag 15 april rijden we doorheen het Wienerwald eerst naar Stift Heiligenkreuz en daarna verder naar het Altes Jagddschloss van Kronprinz Rudolf met het karmelietenklooster Mayerling. In de abdij worden we hartelijk begroet door een jonge, enthousiaste broeder die ons met veel passie en liefde vertelt over de geschiedenis en het leven in de gemeenschap. De jongste confrater 20 jaar en de oudste confrater 92 jaar. Allen delen leed en veel Liefde voor de Heer in de besloten kring van het klooster waar ook een splinter van het Heilig Kruis van Onze Heer Christus doorheen de eeuwen bewaard en vereerd wordt. Bijzonder imponerend is echter de sublieme combinatie van de bouw van de oude romaanse kerk, met het gotische schip en het barokke orgel, waar Anton Bruckner nog zou hebben op gespeeld! Ook de kruisgang, de leeszaal, de sacristie en de eeuwenoude bron met het helderste water ooit geproefd en gezien te hebben, getuigen van een rijk en boeiend leven binnen de muren van dit oude Cisterciënzerklooster daterend van de 11de eeuw.
Nog boeiender en hartbrekender is het verhaal wat uitgebreid tentoon gesteld wordt in het kleine, bescheiden doch innnemend museum van het Altes Jagdschloss van Kronprinze Rudolf. De zogenaamde tragedie van Mayerling waarin verteld wordt hoe op 30 januari 1889 tussen 7uur en 8uur 's morgens de dode lichamen werden gevonden van de Kronprinz en zijn geliefde maîtresse barones Marie Vetsera. Groot ook onze verbazing wanneer één van onze medereizigers vertelt dat zij de gravin heeft ontmoet in de oorlogsjaren in Oostende die tante zou moeten gezegd hebben tegen die barones, die op zeer jonge leeftijd van 19 jaar op een onverkwikkelijke manier om het leven is gebracht, wellicht in samenspraak en door toedoen van geestverruimende roesmiddelen en het pistool van Rudolf.
Het officiële krantenbericht van die dinsdag 31 januari 1889 klinkt als volgt: "Seine k. und k. Hoheit der durchlauchtigste Kronprinz Erzherzog Rudolph ist gestern den 30 d. Mts., zwitschen 7 un 8 Uhr früh in seinem Jagdschlosse in Meyerling bei Baden, am Herzschlag plötzlich verschieden." "Zijne Keizerlijke en Koninklijke Hoogheid, de zeer doorluchtige kroonprins aartshertog Rudolph, overleed gisteren, de 30ste van deze maand, plotseling aan een hartaanval tussen 7 en 8 uur 's ochtends in zijn jachtslot in Mayerling bij Baden." Deze moord en zelfmoord werd als dusdanig gecamoufleerd en ten toon gesteld als een hartfalen van de prins. Op deze manier kon het lichaam van Rudolph, na een christelijke uitvaartdienst, bijgezet worden in de Kapuzinergruft in Wenen. Nu heden ten dage nog immer te bewonderen naast het praalgraf van zijn moeder en zijn vader.
Tragedie van Mayerling Afscheidsbrieven van Marie Vetsera Het Mayerling Drama
Woensdag 16 april bezoeken we met de autocar de wondere hoofdstad van Oostenrijk met name Wenen. Langsheen de drukke autosnelbaan bereiken we algauw de historische straten van de stad. We passeren het Belvedere paleis van Prinz Eugen langs de gelijknamige straat Prinz Eugen-Strasse. Voorbij ambassades tot aan de Hochstrahlbrunnen en het monument ter ere van het Rode Leger die op het einde van WOII de stad hebben bevrijd. Via de Schwarzenbergplatz en Café Schwarzenberg bereiken we achtereenvolgens de Kärtner Ring met het Grand Hotel Wien en de Opernring met het befaamde Wiener Staatsoper-gebouw. Verder passeren we het Goethedenkmal en de Burggarten met het Mozart-Monument. We stappen uit aan de Maria-Theresien-Platz. Hier starten we onze wondere wandeling met eerst een bezoek aan de Volksgarten met de fascinerende Theseustempel en het intieme Kaiserin-Elisabeth-Denkmal en daarna de betoverende rozentuin met zitbanken alom ter herinnering aan de vele dierbaren die zijn heengegaan.
Een fotostop aan het Parlement van Oostenrijk gebouwd in Griekse stijl (1874-1884) met de godin der wijsheid Pallas Athena bij de oprit voor het gebouw. Op de Heldenplatz ontdekken we het Reiterdenkmal van Prinz Eugen en Erzherzog-Karl. Op de indrukwekkende binnenhof van de Burghof aanzien we het standbeeld van de eerste Oostenrijkse keizer Franz I, 1804, bij de beëindiging van het Heilige Roomse Rijk. Langs het Sisi-Museum en de Spaanse Rijschool bereiken we de Michaelerplatz met de Michaelskirche. We stappen voorbij het Palais Herbertstein en Looshaus naar Demel, de Wiener Zuckerbäcker seit 1786, aan de Kohlmarkt. We houden halt bij de paasmarkten am Hof en am Freyung. We houden stil bij de Austriabrunnen en het Palais Ferstel. Langs de Engel Apotheke en het restaurant Zum Schwarzen Kameel bereiken we de drukke Graben met de Wiener Pestsäule en de Josefsbrunnen en de Leopoldsbrunnen. Zo komen we aan bij de Domkirche St. Stephan en het grondplan van de aloude Virgilkapelle. De foto’s vertellen ons van de verwoesting van de brand van 11 april 1945 en de toegang tot de 343 treden van de zuidelijke toren, bijgenaamd “Steffi”, tot op een hoogte van 136 meter met als beloning een magnifiek uitzicht over Wenen. “Die Pummerin ist Österreichs größte und schwerste Glocke: Sie wiegt 21.383 kg und hängt seit 1957 am Nordturm. Die „alte" Pummerin aus dem Jahre 1711 stürzte 1945 beim Brand des Stephansdoms in die Tiefe.” Langs het Mozart-appartement en de Blutgasse, langs de Deutschordenskirche en het sterfhuis van Mozart houden we even halt bij Café Frauenhuber waar Beethoven en Mozart muziek hebben gespeeld. Lunch in het restaurant Zum Kellergwölb. Om 14u30 afspraak voor een geleid bezoek aan het Wiener Musikverein met ondermeer de Gouden Zaal van het unieke, jaarlijkse Nieuwjaarsconcert. Nog een kijkje bij de Karlskirche en de Hill Arches sculptuur van Henry Moore, keren we tevreden door de winkelwandelstraat Kärtner Strasse genaamd, weer naar de Stephansplatz en de Stock-im-Eisen-Platz, om aldaar te genieten van zalige momenten op de terrasjes of in de winkeltjes van de stad. Wat een feest! Wat een belevenis!
Wenen bezienswaardigheden Alles over Wenen
Vandaag 17 april, wat een heel lange en heel boeiende dag! Vooreerst rijden we met de Gouden Columbus naar het Stadtpark, waar we heerlijk dansen op de tonen van “Die schöne blaue Donau” aan het gouden beeld van Johan Strauss. Daarna rijden we de ganse Ringstrasse rondomrond om bewonderend te kijken naar zoveel indrukwekkende gebouwen, standbeelden, parken en pleinen: Staatsoper, Burggarten, Maria-Theresien-Platz, Volksgarten, Parlementsgebouw, Rathaus, Burgtheater, Café Landtmann, Universiteit, Votiv-Kirche, Beurs, Franz-Josefs-Kai, Schwedenplatz, Griechengasse, Donaukanal met Schiffsstation en Schiffsanlegestelle Vindobona, Urania-Sternwarte en zo langs de Dampfschiffstrasse naar het befaamde Hundertwasser-House. Middageten in het verzorgde restaurant Tafelspitz gelegen aan de grote parking van Schloss Schönbrunn. Om drie uur in de namiddag melden we ons aan voor het indrukwekkend bezoek doorheen de kamers en de salons van dit imposante zomerpaleis der Habsburgers. Als kers op de taart begeven we ons bij valavond naar de Prater waar in de Mirage – Die Eventlocation im Prater de Strauss-Diner-Show plaatsvindt. Een weergaloze avond met zeer verzorgd avondeten, met stijlvolle bediening aan tafel en een bijzondere keuze uit het muziekrepertoire van Mozart en Strauss, opgeluisterd met dans en zang en ambiance! Een waarlijk mooi slotstuk van deze zeer aangename en rijk gevulde dag!


Hartverwarmende avond! Mirage - Die Eventlocation am Prater
Vandaag 18 april, uitstapje naar de nabijgelegen deelstaat Burgenland, land van de historische burchten, uitgestrekte wijnvelden en het natuurgebied van de Neusiedler See. Burgenland is de meest oostelijke deelstaat en de minst bevolkte van het land. We rijden met de autocar naar de hoofdstad met name Eisenstadt “Die kleinste Grossstadt der Welt” met 14.000 inwoners en 16.000 arbeidsplaatsen. Met het befaamde Schloss Esterházy van de gelijknamige Hongaarse adellijke familie. Onze twee lokale gidsen vertellen uitgebreid over de historie van deze familie van prinsen, rijkdom en macht, die er alles aandeden om deel uit te maken van de artistocratie der Habsburgers in Wenen. Joseph Hayden (1732-1809) was 30 jaar lang Kapellmeister in dit paleis, vaak het “Hongaarse Versailles” genoemd en werd toendertijd reeds geroemd als de “Vader der Symfonieën” en de “Vader van het strijkkwartet”. Joseph Hayden schreef ook een 120-tal werken voor het geëerde instrument, de bariton en wedijverde in speeltechnieken met Prins Nikolaus Esterházy. Ook was Joseph Hayden -ondanks het leeftijdsverschil van 24 jaar- warm bevriend met Mozart (1756-1791) en één van zijn leerlingen in Wenen luisterde naar de naam Ludwig van Beethoven (1770-1827). Tevens componeerde Hayden in 1797 de Kaiserhymne, een ode aan de laatste keizer van het Heilig Roomse Rijk, met name Kaiser Franz II; heden ten dage hoor je deze melodie nog immer in de Duitse Nationale Hymne, weliswaar met een andere tekst dan het voorheen gebruikte “Gott erhalte Franz den Kaiser”. Middageten in het restaurant Haydnbräu met als dessert de befaamde Esherházy-Torte oftwel Esterházyschnitte, fijn gebak bestaande uit “dünnen Schichten von Mandel- oder Walnuss-Meringue, gefüllt mit Buttercreme und mit einer charakteristischen Schokoladen-Zuckerglasur verziert.” Tijdens de namiddagwandeling passeren we het Haydn-Haus en stappen op de Kalvarienberg tot aan de Haydnkirche aan de Joseph-Haydn-Platz waar we om klokslag 3uur op deze Goede Vrijdag de kerk betreden, temidden van devote mannen en vrouwen van de parochiekerk Maria Heimsuchung. In de gietende, pletsende regen rijden we weer naar ons verblijfshotel Krainerhütte in het Wienerwald. Vanavond laatste avondmaal en gezellig samenzijn met lied en gezang!
Schloss Esterházy Joseph Haydn
Vandaag 19 april, we keren met de autocar huiswaarts en we verlaten ons verblijfshotel Krainerhütte in het Wiener Wald. Graag bekijken we een laatste keer de vlag van Neder-Oostenrijk met de gouden en blauwe kleuren die verwijzen naar kracht en macht en trouw en verbondenheid. De kleuren ook van het aloude adellijke geslacht der Babenbergers en de vijf kroonlanden van het historische hart van Oostenrijk: Neder-Oostenrijk, Opper-Oostenrijk, Karinthië, Stiermarken en de streek Krain. Krain is een traditionele en historische regio van Slovenië. Vandaar de vijf gouden adelaars op de hedendaagse banier van Neder-Oostenrijk. We rijden langs Sankt-Pölten, de hoofdstad van deze deelstaat, verder naar de Wachau , dit is een toeristische regio waar druiven en abrikozen worden verwerkt tot respectievelijk wijn en likeuren. Wegens zijn architecturale en agrarische geschiedenis staat deze regio op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Bekende toeristische trekpleisters langs de Donau, die doorheen dit gebied stroomt, zijn Melk, het befaamde Benedictijns klooster en Dürnstein, met de gelijknamige burcht waar Richard Leeuwenhart op de terugreis van de 3de Kruistocht hier gevangen werd gehouden. We nemen de DDSG BLUE DANUBE, deze afkorting staat voor Donaudampfschifffahrtsgesellschaft Blaue Donau. We varen van Krems naar Spitz. Anderhalf uur op de boot om te genieten van het unieke zicht van deze vallei met wijngaarden, fruitgaarden, ruïnes, kastelen, torens, kerkjes en waterpret langs de boorden van het water. Tevreden nemen we de lunch in het restaurant van het hotel Wachauerhof. Vervolgens rijden we naar de Duitse grens en passeren achtereenvolgens de rivier de Traun en de Enns; laatsgenoemde vormt de natuurlijke grens tussen de deelstaten van Opper- en Neder-Oostenrijk. Het vieruurtje gebruiken we in het zeer gezellige wegrestaurant Landzeit Alstersheim met heerlijke Kaiser Melange waarbij je de koffietas mee mag nemen naar huis als souvenir. Als laatste blikvanger zien we in de verte het Walhalla, dit is “een neoclassicistische eretempel op een hoog terras bij Donaustauf nabij de Beierse stad Regensburg. Deze Tempel Deutscher Ehren werd tussen 1830 en 1842 gebouwd in opdracht van koning Ludwig I van Beieren en is voorzien van bustes en plaquettes van belangrijke staatslieden, militairen, wetenschappers en kunstenaars die de koning definieerde als Duits.” Avondmaal en laatste overnachting in het hotel van Richard Held in de omgeving van Regensburg.
Commentaren van klanten omtrent deze bijzondere reis.
