

Vandaag, zondag 21 juni, de dag dat de hete zomer beginnen mag, rijden we met de Golden Star van Flamingo-Busvakanties richting Hongarije. Eerst langsheen het Rheinland, de oversteek van de Rhein te Kõln, naar het hart van het Frankenland, met name de metropool Frankfurt am Main. Van daaruit verder langs de oude, trotse, waardige steden van Bayern: Würzburg, Nürnberg en Regensburg. Daar waar de Donau stroomt, daar waar het kalkgebergte van de Bayerische Jura zich troont, worden we van harte welkom geheten in ons overnachtingshotel St. Georg. Lekker dineren in de tuin van het restaurant Hubertushöhe met Gulash en de beroemde Kaiserschmarrn, de mislukte pannenkoek van de keizer. Zo elkaar wat leren kennen, ontmoeten, praten en vertellen over de boeiende reis die ons deze week te wachten staat. Welkom! Leesmee&reismee ... elke dag, een reisverslag.


Vandaag, maandag 22 juni, we vertrekken vroeg in de morgen om een uur of zeven om te rijden eerstes dwars door Bayern in Deutschland en tweedes dwars door Oberösterreich, Niederösterreich, Wenen en Burgenland, van Oostenrijk naar Hongarije oftwel Magyarország. "Magyarország is de Hongaarse naam voor Hongarije. Deze naam is opgebouwd uit de woorden magyar (Hongaars) en ország (land). Het betekent dus letterlijk het land der Hongaren." In Oberösterreich passeren we de hoofdstad Linz, waar ik met veel schroom vertel over de geboortestreek van de dictator Hitler, met Bernau am Inn en Leonding. Van zijn passage aan de grensovergang op 12 maart 1938, tot aan zijn "Anschluss"-speech op het balkon aan de Hauptplatz te Linz. Van de wreedheden van het Konzentrationslager Mauthausen, anno augustus 1938, tot de muziek van Anton Bruckner, geleefd van 1824 tot 1896 en als dusdanig door het naziregime gebruikt/misbruikt als propagandamuziek, vanwege de grootschalige, heroïsche klank en de vermeende 'Germaanse' identiteit': "In 1937 werd mede daardoor een borstbeeld van Bruckner onthuld in het Walhalla te Regensburg. Hitler was aanwezig, Goebbels hield een toespraak, immers Oostenrijk maakte deel uit van de Germaanse cultuur. Bruckner werd op het schild gehesen als boegbeeld van de nationaalsocialistische kunst. Bruckners portret zag het onbeweeglijk aan." We rijden "An der schönen blauen Donau" voorbij, nu eens links kronkelend, dan weer rechts draaiend, steeds verrassend, altijd voortvarend! We passeren Stift Melk en het Hundertwasserhaus. We vertellen van "De Linzer Torte, bekend als zijnde 's werelds oudste taart, bevat kruimelig zanddeeg, verrijkt met gemalen amandelen of hazelnoten en specerijen, gevuld met aalbessenjam en afgedekt met een kenmerkend ruitjespatroon." In Niederösterreich rijden we voorbij de hoofdstad Sankt Pölten, genaamd naar de christelijke martelaar Hyppolitus. In het Wienerwald houden we halt voor het middageten in het "Gasthof zum Alten Jagdschloss" van Mirko en uiteraard vertel ik over de zogenaamde "Tragedie van Mayerling", over Kronprinz Rudolf en zijn geliefde barones Mary Vetsera, maar ook over prinses Stephanie van België en haar dochter Elisabeth de "rote Erzherzogin“ genaamd. Verder voorbij het silhouet oftwel de skyline van de best leefbare stad ter wereld met name Wenen... Voorbij het windmolenpark en de Neusiedlersee tot aan de grensovergang met Hongarije. Met forint of met euro's de wegentaks betalen in het gammel paviljoentje en zo doorrijden tot Györ. Met in de verte de begraafplaats van prinses Stephanie van België én van haar nieuwe geliefde Graf Lónyay , in het Benedictijnen klooster te Pannonhalma. We volgen stroomafwaarts de Donau, voorbij Esztergom tot in Visegrád waar de hoteleigenaar Tibor ons opwacht met een glaasje Sekt en veel enthousiasme! Inname der kamers en morgenvroeg klaar om met de plaatselijke gids Elisabeth de hoofdstad Boedapest te verkennen! Slaap wel en graag tot dinsdag 23 juni.
Linz Mauthausen Donau Danubius oftewel Donau Rudolf van Oostenrijk en Stefanie van België


Vandaag, dinsdag 23 juni, rijden we naar de hoofdstad Boedapest oftewel Budapest, daar waar sedert 9 mei met Péter Magyar als minister-president, een nieuwe wind waait. De autocar van Flamingo-Busvakanties brengt ons door het drukke woon- en werkverkeer van deze miljoenenstad, tot aan de rotonde vlakbij de Kettingbrug aan de Donau. Daar stappen we over op een blauwe lijnbus die ons wel mag brengen tot hoog op de Buda-berg, naar de befaamde Burchtheuvel. Daar treffen we, temidden van talrijke toeristen, vooral privé en weinig groepen, de belangrijkste bezienswaardigheden aan als daar zijn: de Matthiaskerk, het Vissersbastion en de Kasteelheuvel en vooral het prachtig uitzicht over Pest. Ezelsbruggetje om de beide stadsdelen te onthouden: Buda is berg en Pest is plat als een pannenkoek ... Onze plaatselijke gids Elisabeth vertelt ons boeiend over de geschiedenis en het interieur: "volgens de kerktraditie werd de kerk oorspronkelijk in 1015 in romaanse stijl gebouwd, het huidige gebouw werd in de tweede helft van de 14de eeuw in de weelderige laatgotische stijl opgetrokken en in de late 19de eeuw weerom ingrijpend gerestaureerd. Deze Matthiaskerk, Mátyás-templom, fungeerde op 8 juni 1867 als decor voor de historische kroning van keizer Franz Joseph I en koningin Elisabeth (beter bekend als 'Sisi') tot koning en koningin van Hongarije. Deze gebeurtenis bezegelde de Oostenrijks-Hongaarse Ausgleich en versterkte de band tussen het Habsburgse rijk en Hongarije. Ter ere van deze kroning componeerde Franz Liszt destijds de Ungarische Krönungsmesse, die tijdens de ceremonie werd opgevoerd." Voort wandelen op het plein tussen de Matthiaskerk en het Vissersbastion naar het bronzen ruiterstandbeeld van koning Stefanus I van Hongarije. Bij het Vissersbastion maken we graag een selfie met op de achtergrond ondermeer het Parlementsgebouw en de koepel van de Sint Stefanusbasiliek, allebei 96 meter hoog, verwijst immers naar het ontstaan van het land der Magyaren in 896, vandaar ... Het Vissersbastion = een sprookjesachtig, wit stenen terras met arcaden, trappen en torens. Ondanks de naam is het geen echt verdedigingswerk, maar een decoratief uitzichtpunt dat tussen 1895 en 1901 is gebouwd om een panoramisch uitzicht over de stad en de Donau te bieden. Het complex heeft een rijke geschiedenis en zit vol symboliek met ondermeer de zeven karakteristieke torentjes die de zeven Magyaarse stammen vertegenwoordigen die in de 9e eeuw Hongarije hebben gesticht. De naam is verder te danken aan het Vissersgilde. In de middeleeuwen was dit de groep die verantwoordelijk was voor het verdedigen van dit deel van de stadsmuur én zij verkochten hier eveneens hun vis. We wandelen langs trappen en parken en pleinen en fonteinen naar het Burchtpaleis in het Kasteeldistrict. We passeren ondermeer het Karmelietenklooster dat door de Hongaarse premier Viktor Orbán is omgebouwd tot zijn regeringscentrum en werkresidentie. Sinds begin 2019 diende dit voormalige 18de-eeuwse klooster als het officiële hoofdkantoor en werkresidentie van deze premier Viktor Orbán. Het klooster ligt zeer strategisch op de burchtheuvel en direct naast het Sándor-paleis, de residentie van de president, waar we om twaalf uur de wisseling der wacht mogen meemaken. Het project was controversieel. Immers de verbouwing tot een streng beveiligd en luxueus regeringscomplex kostte naar schatting 50 miljoen euro. Omdat het gebouw voorheen dienst deed als klooster en later als theater, was de verhuizing naar het symboolrijke Boeda een bewuste keuze van Orbán om politiek en historisch gewicht uit te stralen. Rondom het gebouw gold lange tijd een streng demonstratieverbod. Na de Hongaarse verkiezingen werd aangekondigd dat de nieuwe politieke leiding onder leiding van Péter Magyar, afstand zou doen van dit Karmelietenklooster als werkplek en het gebouw weer toegankelijk zou maken voor het grote publiek. Tijdens een bezoek met tv-camera's werd de extravagantie van dit megalomane project uitvoerig uit de doeken gedaan, compleet toonde men ondermeer gouden toiletten en marmeren vloeren ... Middageten doen we in het restaurant vlakbij het beroemde hotel Gellért. We steken de rivier over en brengen eerst een bezoek aan de Grote Markthal met de smeedijzeren dakstructuur en verder langsheen de Donau naar de befaamde "Champs-Elysée" van Boedapest met name de "Andrássy Avenue oftewel Andrássy út". We passeren ondermeer de Joodse Synagoge en de Hongaarse Staatsopera. Ook het Huis van Terreur, Terror Háza, het indrukwekkend museum aan de Andrássy út 60. Het documenteert de gruwelen van het fascistische en communistische bewind in Hongarije. Het gebouw diende destijds als hoofdkwartier voor zowel de nazi's als de communistische geheime dienst. Zo komen we uiteindelijk aan één van de meest iconische pleinen namelijk het indrukwekkende UNESCO Werelderfgoed Heldenplein met de standbeelden der Zeven Stamhoofden der Magyaren. Het meest opvallende kenmerk van het Heldenplein zijn echter de enorme standbeelden die zich aan de top van het plein bevinden. Deze standbeelden vormen het Millenniummonument, dat werd opgericht ter herdenking van de 1000ste verjaardag van de vestiging van Hongarije in het Karpatenbekken. Het monument bestaat uit een 36 meter hoge zuil met aartsengel Gabriël bovenop, die een kroon en een dubbel kruis vasthoudt, symbolen van de katholieke en protestantse kerken, nu ter restauratie weggeborgen. Aan de voet van de zuil bevinden zich standbeelden van bekende historische figuren uit de Hongaarse geschiedenis, waaronder koningen, heersers en belangrijke leiders. De standbeelden op het Heldenplein zijn niet alleen indrukwekkend vanwege hun grootte, maar ook vanwege hun symbolische betekenis. Ze vertegenwoordigen de glorieuze geschiedenis van Hongarije en de heldhaftige daden van degenen die het land hebben gevormd. Het monument is een eerbetoon aan de nationale identiteit en een symbool van de trots van het Hongaarse volk. In het Stadspark Városliget tenslotte wandelen we voorbij de Schaatsbaan, de Vajdahunyadburcht, het Landbouw Museum, het Széchenyi Bad, één der grootste thermale badhuizen van Europa, het standbeeld Anonymus en standbeeld met de zittende gnác Darányi ... en in de verte het Huis der Muziek en het Etnografisch Museum. Moe, maar voldaan, rijden we met de Golden Star hotelwaarts. Daar wacht lekkere verfrissende limonade op ons en een heerlijk avondbuffet. Smakelijk en graag tot morgen bij de Ridders!
Vissersbastion Bezienswaardigheden in Boedapest Heldenplein Stadspark Városliget



Vandaag, woensdag 24 juni, staat volledig in het teken van ridders en koningen van Hongarije. We rijden eerst met de kleine busjes van het hotel naar de burcht boven op de heuveltop. Dit Bovenkasteel, Fellegvár in het Hongaars, ligt strategisch aan de Donauknie, daar waar de rivier het Pilisgebergte ontmoet. Na heel wat trappen en trappen, treffen we een bijzonder mooi uitzichtspunt en bijzonder rmooi aangeklede ruimtes met harnassen, wapengekletter en kronen en zwaarden uit de tijd van 13de tot 15de eeuw alhier in deze streek. Middenin de drukke handelsroutes tussen Buda en Esztergom, tussen de nieuwe en de oude hoofdstad van dit koninkrijk. Het andere paleis ligt lager, aan de rivier de Donau en heet het Benedenkasteel. Beide sites vormen samen het middeleeuwse verdedigings- en residentiecomplex van Visegrád. Het is vandaag ingericht als museum en als dusdanig één van de belangrijkste historische sites van Hongarije, met gotische en vroegrenaissance‑elementen.
- Het Bovenkasteel, de Citadel , Fellegvár, dit is het iconische bouwwerk hoog op de berg. Gebouwd in de 13e eeuw door koning Béla IV. Het diende vroeger niet alleen ter verdediging, maar ook als kluis voor de Hongaarse kroonjuwelen en als koninklijke residentie. B
- De Salomontoren, Salamon-torny, een imposante, vijf verdiepingen tellende romaanse woontoren halverwege de helling.
- Het Koninklijk Paleis, Királyi Palota, gelegen aan de voet van de berg, nabij de rivier de Donau. In de 15e eeuw werd dit onder koning Matthias omgebouwd tot een spectaculair paleis in renaissance- en gotische stijl met meer dan 350 kamers.
- Historisch belang: deze burcht is wereldberoemd in de Centraal-Europese politiek door de Vrede van Visegrád uit 1335. De koningen van Hongarije, Polen en Bohemen sloten hier een historisch politiek en economisch pact. Dit congres vormt de historische basis van de moderne Visegrád-groep (V4), een politiek bondgenootschap tussen Hongarije, Polen, Tsjechië en Slowakije. Tijdens de Ottomaanse bezetting in de 16de en 17de eeuw werden het paleis en de burcht grotendeels verwoest.
Geschiedenis van deze Hongaarse koningsresidentie
• 13de eeuw – begin 14de eeuw: eerste bouwfase na de Mongoolse invasie; Visegrád wordt een koninklijke residentie.
• 1323: koning Karel I Robert maakt het tot zijn hof.
• 1330: spectaculaire moordaanslag door edelman Felicián Záh op de koninklijke familie.
• 1335: Congres van Visegrád, een diplomatiek hoogtepunt tussen Hongarije, Polen en Bohemen.
• 14de–15de eeuw: grote uitbreidingen onder Lodewijk I en Sigismund, met toevoeging van hofkapel, tuinen en klooster.
• 1476–1484: koning Matthias vernieuwt het paleis in laatgotische stijl en introduceert renaissance‑architectuur.
• 1544: Ottomaanse verovering, waardoor het paleis verlaten en vervallen raakt.
• 20ste eeuw: archeologie en reconstructies vanaf 1934.
Architectuur en hoogtepunten van deze Hongaarse koningsresidentie
Het paleis had een perfect rechthoekige plattegrond van 123 × 123 meter.
Deze belangrijke elementen kun je vandaag nog zien:
• Herculesfontein – een renaissancemeesterwerk uit de tijd van koning Matthias.
• Binnenhof met loggia – elegant laatgotisch‑renaissancistisch.
• Koninklijke hofkapel, die uitgebreid werd onder koning Sigismund.
• Gedeeltelijk gereconstrueerde woonvertrekken, die het leven illustreren aan het hof: keuken, slaapkamer, eetkamer, etc. ...
• Tuinen en terrassen, die verwijzen naar de oorspronkelijke koninklijke tuin gevuld met kruiden, struiken, zuilen, zitbanken en dies meer ...
Jaarlijks wordt deze middeleeuwse tijd herdenkt met de ridderspelen van Visegrád, zijnde de grootste en de meest authentieke middeleeuwse toernooien van Hongarije, met jaarlijks duizenden bezoekers en spectaculaire shows met paarden, zwaardvechters en hofceremonies.
Deze ridderspelen verwijzen naar de 'International Palace Games of Visegrád', een driedaags middeleeuws festival dat elk jaar in juli plaatsvindt. Het is het grootste middeleeuwse evenement van Hongarije en brengt honderden acteurs, muzikanten, dansers en ridders samen uit de V4-landen zijnde Polen, Tsjechië, Slovakije en Hongarije, de zogenaamde Visegrád-landen.
International Palace Games of Visegrád
• Toernooien met bereden ridders en voetknechten op het origineel middeleeuwse toernooiveld van het koninklijk paleis
• Zwaardduels, vlagwerpen, hofballetten en falconry.
• Middeleeuwse markt, ambachten, muziek, processies, traattheater.
• Optredens in de zalen en renaissance‑tuinen van dit Koninklijk Paleis
• 10–12 juli 2026: 'Visegrád International Palace Games'
• In december (27, 29, 30, 31 december) wintertoernooien.
Ridderdemonstraties door de Sint‑Joris Ridderorde, Szent György Lovagrend
• Demonstraties in Solomon Tower (lente–herfst)
• Wintershows in de Palotaház
• Waarbij het publiek mag wapens uitproberen, zoals boogschieten, werpsterren en kelevéz, de Hongaarse lans.
• Koninklijk Paleis van Visegrád op het toernooiveld en in de renaissance‑tuinen
• Solomon Tower met ridderdemonstraties
• Fellegvár Citadel oftewel het Bovenkasteel, vormt het decor voor processies en shows
Na het geleid bezoek, samen met onze plaatselijke gids Elisabeth, in de Boven- en Benedenburcht, worden we door Tibor, onze uitstekende gastheer, welkom geheten in het bos voor een heuse pick-nick met 'goulasch' en wijn en brood en lekker gebak Daarna wat uitrusten in ons verblijfshotel. In de vooravond heuse ridderspelen in de Salamon Toren. Tot slot avondeten in het renaissance-restaurant.
De officiële website beschrijft het als een plek waar je “500 jaar terug in de tijd reist”, met vijf thematische zalen, een terras met zicht op de Donau en een capaciteit van 460 plaatsen, waardoor het geschikt is voor zowel individuele bezoekers als grote groepen.
Volgens recensies serveert het restaurant Hongaarse en Centraal‑Europese gerechten, met opties voor vegetariërs en glutenvrije gasten.
De inrichting wordt omschreven als rijk, kleurrijk en volledig in renaissancestijl, met personeel in kostuum, begeleid door live middeleeuwse muziek.

- Tanya: Dit is de Hongaarse benaming voor een traditionele afgelegen boerderij of nederzetting op het platteland (de poesta).
- Csárda: Dit is een traditionele Hongaarse herberg, vaak gelegen langs de weg, waar reizigers vroeger konden eten, drinken en overnachten.
- Tanyacsárda is uitgegroeid tot een grootschalig complex dat toeristen de kans biedt om de traditionele landelijke levensstijl te proeven.
- Tanyacsárda is opgedeeld in verschillende locaties: de Öreg (Oude) en Új (Nieuwe) Tanyacsárda. Je kunt er de volgende activiteiten verwachten:
- Puszta Paardenshow: Een spectaculaire show waarin Hongaarse csikósok, traditionele herders te paard, hun rijkunsten vertonen. Een beroemd onderdeel is de 'vijfmanspost', waarbij één ruiter op de ruggen van twee paarden staat en nog eens drie paarden voor zich uit laat draven.
- Rondrit met de koets: Je maakt een rit over het uitgestrekte terrein en bezoekt de stallen waar je de wereldberoemde Lippizaner paarden aantreft. Verder vind je ook Hongaarse grijze runderen en waterbuffels.
- Traditioneel eten: De csárda staat bekend om de traditionele Hongaarse keuken. Bij aankomst wordt je vaak verwelkomd met pálinka ,lokale vruchtenbrandewijn en versgebakken pogácsa, Hongaarse hartige scones, kruimelig gebakje dat het midden houdt tussen een broodje en een cake. Hierna volgt een uitgebreide maaltijd met echte goulash, vaak begeleid door zigeunermuziek.
Zoltán Kodály, een Hongaarse componist, etnomusicoloog, linguïst, filosoof en muziekpedagoog, geboren op 16 december 1882 in Kecskemét en overleden op 6 maart 1967 in Boedapest. Hij is vooral bekend als de bedenker van de Kodály‑methode, een invloedrijke manier van muziekonderwijs. Zijn muziek is sterk beïnvloed door Hongaarse volksmuziek, die hij samen met Bartók systematisch verzamelde vanaf 1905. Internationaal is Kodály vooral beroemd door zijn muziekonderwijsmethode, die wereldwijd wordt gebruikt,
met als kernprincipes:
• Zingen staat centraal, de stem is het eerste instrument.
• Muziek leren via solmisatie, do‑re‑mi en handgebaren.
• Kinderen leren eerst luisteren, dan zingen, dan noteren.
• Alleen muziek van hoge kwaliteit wordt gebruikt in de opleiding.
Deze methode wordt vandaag nog steeds toegepast in basisscholen, muziekscholen en conservatoria over de hele wereld.
Hongaarse Stierenwijn verwijst bijna zeker naar de legende van Egri Bikavér, een beroemde rode wijn uit Eger. Volgens de 16ed‑eeuwse sage dachten de Ottomanen dat de Hongaarse verdedigers stierenbloed dronken, omdat hun baarden rood kleurden van de wijn.
De oorsprong van deze mythe ligt in 1552, tijdens de belegering van Eger door een Ottomaans leger van naar schatting 120.000 soldaten. De Hongaarse verdedigers onder leiding van István Dobó waren met slechts ongeveer 2.000 man.
Toen de situatie uitzichtloos werd, dronken de verdedigers ’s nachts de rode wijnvoorraden leeg om moed te verzamelen. De volgende ochtend stonden ze — half dronken, luidruchtig en met rode baarden — opnieuw op de muren. De Ottomanen, die zelf geen rode wijn kenden, concludeerden dat de Hongaren stierenbloed hadden gedronken om bovenmenselijke kracht te krijgen. Uit angst trokken ze zich terug. Zo kreeg de wijn uit Eger de naam Egri Bikavér, letterlijk “Stierenbloed van Eger”.
Egri Bikavér is nog steeds één van de bekendste Hongaarse rode wijnen. Het is geen druif, maar een blend van minstens drie druivenrassen, waarbij Kékfrankos (Blaufränkisch) de belangrijkste is.
Hehe, zoveel verhalen vandaag mogen meemaken, mede dankzij de inzet en de expertise van Elisabeth, onze voortreffelijke plaatselijke gids. Mijn oprechte dank! hiervoor. Ik heb geprobeerd heel wat informatie op te zoeken, te bundelen en leesbaar te maken voor u allen. Dank om totnogtoe mee te lezen en zo mee te reizen. Rest ons nog twee dagen om te vertoeven in dit wonderlijke land. Met Szentendre, Esztergom en Gödöllö ...



Het Gödöllő Paleis is het ‘Versailles’ van Hongarije, een schitterend slot met veel grandeur waar je in de voetsporen kunt treden van deze legendarische keizerin Sisi. Het Gödöllő Paleis werd rond 1735 gebouwd door de familie Grassalkovich, één van de rijkste aristocratische families van Hongarije. Het U-vormige paleis werd meteen een gigantisch complex, met 136 kamers, acht vleugels, een kerk, een theater, een badhuis, een manège, een serre en een enorme tuin. Toen het laatste lid van de familie stierf, kwam het paleis in 1867 in handen van de Habsburgers tijdens het Oostenrijks-Hongaarse Koninkrijk. Het wordt immers door de Hongaarse staat aangeboden ter ere van de kroning tot koning en koningin van Hongarije op 8 juni 1867 in de Matthiaskerk te Boeda.
Het nieuwe vorstelijke onderkomen werd aldus het favoriete zomerverblijf van keizer Franz en zijn vrouw keizerin Elizabeth. Vooral de Oostenrijkse sprookjeskeizerin verbleef graag in dit Gödöllő Paleis. Ze liet immers kamers naar eigen smaak inrichten, in haar favoriete kleur violet. Ze ontving vrienden, deed aan paardrijden en organiseerde jachtpartijen rondom het paleis. Je ziet beelden en prenten van haar rijkunsten. Je kunt zo 31 zalen bezoeken op de begane grond en op de eerste verdieping, fraai ingericht met antieke meubelen, kroonluchters, porseleinen serviezen, veel (speksteen)kachels vanwege de directeur van dit museum en tal van oude schilderijen. Je bewondert de lavendelkleurige privé-appartementen van Sisi, de paleiskapel, de schrijftafel van de keizer en talrijke portretten van ondermeer de vier kinderen van het keizerlijk echtpaar, met name:
- Aartshertogin Sophie (1855 - 1857): Haar eerste dochter overleed al op tweejarige leeftijd aan buiktyfus tijdens een reis in Hongarije.
- Aartshertogin Gisela (1856 - 1932): Zij trouwde met prins Leopold van Beieren en leidde een relatief rustig leven buiten de schijnwerpers van het Weense hof.
- Aartshertog Rudolf (1858 - 1889): De kroonprins en enige zoon. Hij pleegde in 1889 op tragische wijze zelfmoord te Mayerling.
- Aartshertogin Marie Valerie (1868 - 1924): Sisi's lievelingsdochter. Zij groeide op in Hongarije en kreeg wél de onvoorwaardelijke moederliefde die haar oudere broer en zus moesten missen.
Na dit intieme bezoek met een boeiende inkijk in het leven en het bestaan van de keizerin in haar geliefkoosd Hongarije oftewel Magyarország, nemen we de middaglunch in een vlakbij gelegen restaurant. Hotelwaarts om aldaar te genieten van de geneugtes van onze verblijfplaats met zwembad, ligweide, bar en vooral goed gekoelde kamer. Na het diner nodigt onze gastheer Tibor ons uit voor een boottocht op de Donau, meer bepaald de Donauknie, alhier 'Dunakanyar' genaamd. Twee keer mogen we de zonsondergang meemaken. Tibor vertelt ook twee keer over de historie van deze natuurplek: één keer voor de 'Wende', met de aanzet tot de constructie van een stuwdam voor de productie van electriciteit, plus één keer na de 'Wende' met het stilleggen van dit project, waardoor de 'Schwarzer Fluss' weer haar natuurlijk verloop mocht vertonen. Wat een mooie avond. Wat een bijzondere afsluiting van deze toch wel bijzondere reis. Met veel cultuur en geschiedenis, met veel natuur en gastronomie, met veel folklore en levensgewoontes van de 'Magyarok' hier in 'Magyarország'. Dankjewel om mee te lezen. Dankjewel om mee te reizen. Graag tot een volgende reis!
DANKJULLIEWEL

